Schoone wijzen

`Gij Troubadeux, hef aen uw schoone wijzen.'

Naar Joost van den Vondel (Harpzang 102)

Een kasteel op een zomerse dag. Buiten de muren is het rumoerig. Er wordt een toernooi gehouden. Zwaarden kletteren. Af en toe buldert er een kanon. Ook op de binnenplaats is het druk. Mensen in middeleeuwse kledij demonstreren oude ambachten, terwijl marktlui luidkeels hun koopwaar aanprijzen. Een jongleur vertoont zijn kunsten, begeleid door een trommelaar.

Hans Wesseling & Hans van Gelderen Je loopt het kasteel binnen, een zaal in. Boeren, burgers en buitenlui in kleding van toen en nu verdringen zich om een nar. Er wordt gelachen om iets wat je niet kunt zien. Je gaat de gang in, een trap op. Hier is het stiller. Zachte tokkelklanken lokken je naar een deur. In een zaaltje worden wandkleden en andere oude kunstwerken geëxposeerd. Twee mannen spelen luit en gitaar, als een levend schilderij. Je voegt je bij het publiek, bekijkt de kunst en luistert naar de muziek. Af en toe herken je een oud wijsje, waarop het duo lustig varieert.

Hans Wesseling & Hans van Gelderen Op de binnenplaats is de trommelaar opgehouden. Je staat bij de kraam van de kruidenvrouw als je de muzikanten van zo-even aan hoort komen. Al spelend lopen ze langs de stalletjes met koopwaar. Ze blijven staan bij de leerbewerker, krijgen een slok bier van de brouwer en gaan langs de mandenmaker naar de plek waar de vuurvreter zich voorbereidt op een optreden. Iedereen houdt zijn adem in als hij begint. De muzikanten kunnen even pauzeren.

Buiten de muren zitten de ridders broederlijk bijeen. Het toernooi is ten einde. De kanonnen zwijgen. Verderop geeft een valkenier een demonstratie. Je gaat aan een van de lange tafels zitten. Er worden authentieke lekkernijen geserveerd. De twee tokkelaars lopen langs de gasten en brengen hun 'schoone wijzen' ten gehore. Na een kwartiertje schuiven ze aan om iets te eten. Straks is er een diner in het kasteel. Ook daar zullen ze spelen.

Tekst: Annemieke Woudt